• Anke van Vliet

In het Wilhelmina Kinderziekenhuis

Bijgewerkt op: okt 25

Hij schudt 'nee' vanachter de rug van zijn moeder. 'Je hebt hem echt niet gezien?' vraagt dokter Loes vanaf haar karretje. 'Hij is heel klein'. Ik zie een plukje haar 'nee' schudden.

'Hij is van zijn paddenstoel gevallen en heeft een zere voet. Ik ga hem beter maken.'

Hij is boos op alles en iedereen.

Moeder zit op haar hurken op de grond en hij staat achter haar. Zij vertelt dat hij boos is,

hij mag niks eten of drinken en dat wil hij wél. Tja... leg dat maar eens uit aan een kleuter. Dokter Loes begrijpt hem: 'Nou zeg, dat is echt niet leuk, dat is stom!'


Loes springt van haar karretje naar de grond. Nu is zij is iets kleiner dan hij, vader komt er ook bij zitten. 3 Volwassenen, een pop en een jongetje zitten op de grond in het ziekenhuis.


Dokter Loes heeft iets, dat zijn interesse wekt.

'Kijk, we hebben wél zijn mutsje gevonden'. Loes bukt naar voren en vist een groen puntmutsje uit haar karretje. Een beetje nieuwsgierig kijkt hij om het hoekje van zijn moeder. 'Pas jij hem?' vraagt Loes en steekt haar hand uit. 'Hij is nep' is zijn commentaar... maar heel langzaam komt hij tevoorschijn. Zij wacht tot hij het mutsje van haar hand pakt.


Hij zet het mutsje voorzichtig op zijn hoofd, het valt af, een klein glimlachje... 'Nog een keer' commandeert Loes. Dan bestaat het ziekenhuis alleen nog maar uit spel en plezier met een pop en een kaboutermutsje.

Hij heeft voor even weer de regie en plezier.

Zijn gevoel van machteloosheid, boosheid en misschien ook verdriet is naar de achtergrond verdwenen. Dokter Loes gaat weer verder op haar zoektocht, maar niet nadat hij beloofd heeft haar te roepen, áls hij de kabouter tegen komt op de gang.





113 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven