top of page

Terug in het verpleeghuis van mijn vader

  • Foto van schrijver: Anke van Vliet
    Anke van Vliet
  • 15 nov 2025
  • 2 minuten om te lezen

Ik ben met ‘zuster Loes’ in de woning waar mijn vader de laatste 4 jaar van zijn leven gewoond heeft. Er is een nieuwe bewoner, waarover ik hoor dat hij zelden van zijn kamer afkomt, veel boos is en niks wil. Ik stel voor het toch te proberen.

De activiteiten begeleidster kijkt even bij hem om het hoekje en gebaart dat ik kan komen.

Ik sta met de kar in de deuropening.


Meneer ligt in bed met de rug naar mij toe, deken ligt halverwege en de benen half uit bed. De kamer is leeg op stoel en een kastje na plus een paar foto's in de vensterbank.

De activiteiten begeleidster staat bij hem. Loes roept in de deuropening: ‘De wijkzuster’ en vraagt of ze even binnen mag komen. Hij antwoordt: ‘nee … te vol’. De activiteiten begeleid-ster verlaat de kamer en ik blijf in de deuropening staan. Meneer houdt zo de regie.

Zij zegt op de gang tegen Loes dat meneer geboren en getogen in het dorp is. Loes reageert: 'Zijn hele leven? Dat is lang' en ik zie dat meneer meeluistert. Loes vraagt aan meneer of hij in het ‘nachthok’ woonde, een wijkje in het dorp.


Meneer reageert ‘in een kippenhok... ja’ en begint te lachen. Hij herhaalt het grapje en lacht wéér. Loes begint ook te lachen en rolt op haar kar een beetje de kamer in.

Dán kan ik voorzichtig verder met het maken van contact, stukje bij beetje schuif ik de kar dichterbij en na 5 minuten staan we aan zijn voeteneind. Loes kijkt naar hem, zucht even en zet een liedje in: ’Het zijn de kleine dingen die het doen’. Bij het refrein begint hij mee te zingen. Als het liedje is afgelopen, trekt hij de deken wat verder over zijn benen.


Loes helpt en zegt dat ze hem lief vindt. Ze vraagt of hij een knuffel wil. Dat wil hij niet. Dan werpt ze hem een kushand toe en doet hij zijn ogen dicht. Loes zingt zachtjes: ‘Ik ga slapen, ik ben moe’. Vanuit het bed zingt hij zachtjes mee. We rijden achteruit de kamer uit en Loes roept: ‘dag meneer.’ Vanuit het bed klinkt: ‘dag mevrouw’.

Even later staan we op de gang en hoor ik luid zingen: ‘Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen’ en praten: ‘Dág meneer, dág mevrouw’.

Hij herhaalt de gesprekjes en liedjes. We luisteren nog even en dan pas zie ik dat hij naast de voormalige kamer van mijn vader woont.





 
 
 

Opmerkingen


bottom of page